Brontekst van Plutarchus over ostracisme

In Griekenland was in de Oudheid, tussen ongeveer 510 v.Chr. en 415 v.Chr., een systeem van ostracisme (schervengericht) gebruikelijk. Een van de slachtoffers was, in 482 v.Chr., Aristeides, die voor tien jaar uit Athene werd verbannen.

De Griekse historicus Plutarchus (46-120) schreef over dit geval het volgende:

Daarom had Aristeides vooreerst het geluk geliefd te zijn vanwege deze bijnaam, maar uiteindelijk wekte hij afgunst op, in het bijzonder toen Themistocles een gerucht onder het volk verspreidde dat hij, door over alle zaken in het geheim te beslissen en recht te spreken, de volksrechtbanken had vernietigd en heimelijk bezig was de weg vrij te maken voor een alleenheerschappij van zijn eigen persoon, zonder dat anderen hem in de gaten zouden houden. Bovendien koesterden de mensen, wier vertrouwen door hun recente overwinning toch al bijzonder was toegenomen, van nature gevoelens van afkeer jegens al degenen van meer dan gewone roem en reputatie. Toen zij daarom uit alle districten in de stad bijeenkwamen, verbanden zij Aristeides door het schervengericht, waarbij zij hun afgunst op zijn reputatie verdoezelden door het angst voor tirannie te noemen. Want ostracisme was niet de bestraffing van een of ander misdrijf, maar was met schone schijn gezegd alleen maar de onderdrukking en vernedering van buitensporige grootheid en macht; het was in feite een vriendelijke verlichting en verzachting van afgunstige gevoelens, die op deze manier de gelegenheid kregen zich te uiten zonder onverdraaglijk onrecht aan te richten, slechts een tienjarige verbanning.

Bron:
-http://histoforum.net/toetsmateriaaltijdvakken/Grieken.pdf