Cassius Dio over de Slag bij het Teutoburgerwoud (9 na Chr.)

In het jaar 9 na Chr. versloegen Germaanse stammen van de Cherusken het Romeinse leger in het Teutoburgerwoud. Er vielen 18.000 doden onder de Romeinen, die aangevoerd werden door Quintilius Varus. De Romeinse historicus Cassius Dio schreef in de 3e eeuw het volgende over deze Slag bij het Teutoburgerwoud (vertaling vanuit het Latijn): Lees verder Cassius Dio over de Slag bij het Teutoburgerwoud (9 na Chr.)

Thucydides over de democratie

Thucydides (ca. 460-400 v.Chr.) was een Atheense generaal en historicus, bekend van zijn boek over de Peloponnesische Oorlog tussen Athene en Sparta. In dit boek schreef hij over de regeringsvorm ‘democratie’, waarbij het volk cq. de meerderheid de macht heeft.

Een fragment uit Thucydides, De Peloponnesische Oorlog, over democratie als regeringsvorm:

Wij hebben een staatsvorm die niet een kopie is van de instellingen van onze naburen. In plaats van anderen na te bootsen zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Lees verder Thucydides over de democratie

Eed van Hippocrates (ca. 400 v.Chr.)

Manuscript van de Eed van Hippocrates uit de 12e eeuw, in de vorm van een kruis
Manuscript van de Eed van Hippocrates uit de 12e eeuw, in de vorm van een kruis

Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asclepius, Hygia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden: “Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asclepius, Hygia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden: Lees verder Eed van Hippocrates (ca. 400 v.Chr.)

Livius – De stichting van Rome

ca. 30 v.Chr.

Romulus en Remus waren tweelingbroers. Daarom kon er geen voorrang verleend worden volgens leeftijd en zouden de auguren uitmaken wie zijn naam zou geven aan de nieuwe stad en wie ze zou besturen na haar stichting: Romulus koos de Palatinus en Remus de Aventinus als waarneempost voor de auguren. Men zegt dat Remus het eerst een voorteken zag, namelik zes gieren. Lees verder Livius – De stichting van Rome

Caesar: fragment uit De bello Gallico

55 v. Chr.

“In de volgende winter – het was het consulaatsjaar van Gnaeus Pompejus en Marcus Crassus – gingen de Usipeten en de Teukteren, Germaanse stammen, in grote menigte over de Rijn, niet ver van zijn uitmonding in zee. De oorzaak daarvan was, dat zij, verscheiden jaren door de Sueben verontrust, van de oorlog te lijden hadden en in de rustige akkerbouw werden verhinderd.

De Sueben zijn verreweg de grootste en krijgshaftigste natie van alle Germanen. Men zegt, dat zij honderd gauwen hebben, waaruit zij telken jare duizend gewapende over de grenzen zenden, om krijgstochten te ondernemen. De anderen, die thuis blijven, zorgen voor het onderhoud van zich en van hen, die zijn uitgetrokken. Het jaar daarop trekken wederom op hun beurt de achtergeblevenen uit en blijven de anderen thuis. Zo verwaarlozen zij noch de landbouw, noch de kennis en de oefening van de oorlog. Eigen privaat grondbezit bestaat bij hen niet; ook mag men niet langer dan een jaar op dezelfde plaats blijven wonen. Zij leven ook niet zozeer van graan, maar grotendeels van de melk en het vlees van hun vee; bovendien houden zij zich veel met de jacht bezig.

Deze levenswijze staalt, zowel door de soort van het voedsel als door de dagelijkse lichaams-oefeningen en de ongebonden vrijheid – want van kindsbeen af zijn zij aan plicht noch tucht gewend en doen zij volstrekt niets tegen hun zin – hun krachten en geeft hun deze reusachtige gestalte. En daarbij hebben zij zich gewend, zelfs in de koudste streken in de rivieren te baden en geen andere kleding te dragen dan een dierenhuid, die wegens haar kortheid het lichaam toch grotendeels onbedekt laat.”

Bron: Julius Caesar, De bello Gallico in: (vert:) J.J. Doesburg, Gedenkschriften van de Gallischen Oorlog deel 4 (Amsterdam z.j.)

- advertentie -

Herodotus over Egypte

Herodotus (484 – 425 v.C.): Geschiedverhalen over Egypte (Fragment)
Euterpe, Tweede boek:

“Deze zijn de gebruiken van de Egyptenaars, die boven de moerassen wonen. De in de moerassen wonenden echter leven onder de zelfde zeden, als waaronder ook de andere Egyptenaars leven, én in andere zaken én ook is ieder van hen met één vrouw gehuwd, gelijk de Hellenen, doch voor het gemakkelijk verkrijgen van spijs hebben zij dit andere uitgedacht: wanneer de rivier vol is en het land en zee geworden, groeien in het water vele leliën, die de Egyptenaars lotus noemen. Lees verder Herodotus over Egypte

Aristoteles over ontstaan van de wetenschap

De mens werd eerst tot de beoefening van de wetenschap gebracht door de verwondering; dit geldt trouwens nu nog. Eerst verwondert hij zich over de meest voor de hand liggende problemen. Nadien verbaast hij zich geleidelijk over grotere raadsels, als de verschijnselen van de maan en van de zon, en de oorsprong van het heelal. Wie echter verbaasd is en vragen stelt, is overtuigd van zijn eigen onwetendheid. Als derhalve de mens zijn aandacht besteedde aan de wetenschap om uit zijn onwetendheid te geraken, dan is het ook duidelijk dat hij streefde naar kennis omwille van de kennis zelf, en niet uit nuttigheidsoverwegingen. Dit wordt bevestigd door de historische evolutie.

Uit: J. Demey e.a., Geschiedenis in documenten (Amsterdam 1974) 35.