Radiotoespraak Gerbrandy op Radio Oranje – leidde tot Dolle Dinsdag (1944)

De datum 5 september 1944 staat bekend als Dolle Dinsdag. De geallieerden zouden de grens met Nederland zijn overgestoken. Nederland zou snel bevrijd worden, zo dachten veel mensen. Het bleek een illusie. Een illusie die mede werd veroorzaakt door een radiotoespraak van minister-president P.S. Gerbrandy. Lees verder Radiotoespraak Gerbrandy op Radio Oranje – leidde tot Dolle Dinsdag (1944)

Der naturen bloeme – Jacob van Maerlant (ca.1270)

Der naturen bloeme (te lezen als: ‘Bloemlezing van het mooiste uit de natuur’) is een werk van schrijver-dochter Jacob van Maerlant uit ongeveer het jaar 1350. Het boek bestaat uit 13 hoofdstukken en verzamelde – als een soort Wikipedia uit de Middeleeuwen – al de toen bekende informatie over leven en natuur. Jacob van Maerlant beschrijft de volgende thema’s: de mens, viervoetige dieren, de vogels, zeemonsters, vissen, gifslangen, insecten, normale bomen, zogenoemde specerijbomen, geneeskrachtige planten, beroemde bronnen, edelstenen en de zeven metalen uit de aardbodem.

Hieronder een kort fragment uit hoofdstuk 1.

Fragment uit hoofdstuk 1 [oorspronkelijke tekst]

Als ons sente Jeronimus leert,
So esser erehande volc gevonden
Gehovet gelijc den honden,
Met crommen clauwen ende met langhen,
Ende met beesten vellen behanghen,
Ende voer haer spreken bassen.
Ander volc es daer gewassen:
So clene monde hebben die liede,
Dat si met enen clenen riede
Insuken moeten daer si bi leven.
Ander volc es daer neven,
Die mensche eten, als wijt horen.
Dese volgen den lieden bi sporen,
Bi der roeke, dats haer maniere,
Tote dat si comen tere riviere.
Ander liede sijn daer bi,
Die heten Arimaspi,
Jof Ciclopen in Latijn,
Die maer met enen oghe sijn,
Ende staet hem voer thoeft voeren.

Hedendaagse vertaling van Der naturen bloeme

Zoals de heilige Jeronimus ons leert,
bestaat er een bepaald volk
dat een kop heeft als een hond;
ze hebben lange, kromme klauwen
en dragen dierenvellen.
Ze spreken niet, maar in plaats daarvan blaffen ze.
Er leeft een ander volk:
die mensen hebben zulke kleine monden
dat ze alles waarvan ze leven
door een rietje naar binnen moeten zuigen.
Daar in de buurt woont nog een volk,
dat mensen eet, naar wij vernomen hebben.
Ze hebben de gewoonte het spoor van een mens
met hun neus te volgen,
totdat ze bij een rivier komen.
Er bestaan ook mensen
die Arimaspi heten,
of cyclopen in het Latijn.
Die hebben maar één oog
en dat zit midden op hun voorhoofd.

Bronnen
-http://www.dbnl.org/tekst/maer002dern03_01/maer002dern03_01_0001.php
-https://www.kb.nl/themas/middeleeuwen/der-naturen-bloeme-jacob-van-maerlant
-https://www.literatuurgeschiedenis.nl/middeleeuwen/tekst/lgme017.html

- advertentie -

Egidiuslied (ca.1400)

Het Egidiuslied is vermoedelijk het bekendste lied uit de Middeleeuwen in het Nederlandse taalgebied. De song is een klaagzang die gaat over een overleden vriend.

De dichter, een onbekende persoon uit Brugge, beschrijft zijn verdriet en beklaagt zijn lot.

Oorspronkelijke tekst Egidiuslied

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn

Nu bestu in den troon verheven
Claerre dan der zonnen scijn
Alle vruecht es di ghegheven

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven

Nu bidt vor mi ic moet noch sneven
Ende in de weerelt liden pijn
Verware mijn stede di beneven
Ic moet noch zinghen een liedekijn
Nochtan moet emmer ghestorven sijn

Egidius waer bestu bleven
Mi lanct na di gheselle mijn
Du coors die doot du liets mi tleven
Dat was gheselscap goet ende fijn
Het sceen teen moeste ghestorven sijn

Moderne vertaling door WIllem WIlmink van het Egidiuslied

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je zo, mijn kameraad.
Jij koos de dood, liet mij het leven.
Je vriendschap was er vroeg en laat,
maar ‘t moest zo zijn, een van ons gaat.

Nu ben je in ‘t hemelrijk verheven,
helderder dan de zonneschijn,
alle vreugd is jou gegeven.

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je zo, mijn kameraad.
Jij koos de dood, liet mij het leven.

Bid nu voor mij, ik ben verweven
met deze wereld en zijn kwaad.
Bewaar mijn plaats naast jou nog even,
ik moet nog zingen, in de maat,
tot de dood, die elk te wachten staat.

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik mis je zo, mijn kameraad.
Jij koos de dood, liet mij het leven.
Je vriendschap was er vroeg en laat,
maar ‘t moest zo zijn, een van ons gaat.

Bronnen
-https://www.literatuurgeschiedenis.nl/middeleeuwen/tekst/lgme009.html
-https://nl.wikipedia.org/wiki/Egidius_waer_bestu_bleven
-Noël Geirnaert, ‘Op zoek naar Egidius. Het laatmiddeleeuwse Brugge in het Gruuthusehandschrift’, in: Frank Willaert (red.), Het Gruuthusehandschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen, 2010, Leuven.