Wien Neêrlands Bloed (volledige tekst)

Wien Neêrlands bloed (tekst van Tollens, melodie van Wilms)
Wien Neêrlands bloed (tekst van Tollens, melodie van Wilms)
Dichter Hendrik Tollens deed in 1815 mee aan een wedstrijd die was uitgeroepen naar aanleiding van de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Opdracht: schrijf een tekst voor een nieuw volkslied. Tollens won de wedstrijd met zijn Wien Neêrlands Bloed. Het gedicht werd op muziek gezet door Wilhelm Wilms. Wien Neêrlands Bloed was van 1817 tot 1832 het Nederlandse volkslied. Het werd daarna vervangen door het Wilhelmus.

Tekst van ‘Wien Neêrlands Bloed’

1. Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
Verheff’ den zang als wij:
Hij stell’ met ons, vereend van zin,
Met onbeklemde borst,
Het godgevallig feestlied in
Voor vaderland en vorst.

2. De Godheid, op haar hemeltroon,
Bezongen en vereerd,
Houdt gunstig ook naar onzen toon
Het heilig oor gekeerd:
Zij geeft het eerst, na ‘t zalig koor,
Dat hooger snaren spant,
Het rond en hartig lied gehoor
Voor vorst en vaderland.

3. Stort uit dan, broeders, eens van zin,
Dien hoogverhoorden kreet;
Hij telt bij God een deugd te min,
Die land en vorst vergeet;
Hij gloeit voor mensch en broeder niet
In de onbewogen borst,
Die koel blijft bij gebed en lied
Voor vaderland en vorst.

4. Ons klopt het hart, ons zwelt het bloed,
Bij ‘t rijzen van dien toon:
Geen ander klinkt ons vol gemoed,
Ons kloppend hart zoo schoon:
Hier smelt het eerst, het dierst belang
Van allen staat en stand
Tot één gevoel in d’eigen zang
Voor vorst en vaderland.

- advertentie -

5. Bescherm, o God! bewaak den grond,
Waarop onze adem gaat;
De plek, waar onze wieg op stond,
Waar eens ons graf op staat.
Wij smeeken van uw vaderhand,
Met diep geroerde borst,
Behoud voor ‘t lieve vaderland,
Voor vaderland en vorst.

6. Bescherm hem, God! bewaak zijn troon,
Op duurzaam regt gebouwd;
Blink’ altoos in ons oog zijn kroon
Nog meer door deugd dan goud!
Steun Gij den scepter, dien hij torscht,
Bestier hem in zijn hand;
Beziel, o God! bewaar den vorst,
Den vorst en ‘t vaderland.

7. Van hier, van hier wat wenschen smeedt
Voor een van beide alleen:
Voor ons gevoel, in lief en leed,
Zijn land en koning één.
Verhoor, o God! zijn aanroep niet,
Wie ooit hen scheiden dorst,
Maar hoor het één, het eigen lied
Voor vaderland en vorst.

8. Dring’ luid, van uit ons feestgedruisch,
Die beê uw hemel in:
Bewaar den vorst, bewaar zijn huis
En ons, zijn huisgezin.
Doe nog ons laatst, ons jongst gezang
Dien eigen wensch gestand:
Bewaar, o God! den koning lang
En ‘t lieve vaderland.

‘Wien Neêrlands Bloed’ gezongen: