Eed van Straatsburg (842)

Bevestiging van de alliantie tussen de halfbroers Lodewijk de Duitser en Karel de Kale tegen hun (half)broer en keizer Lothar. Uitgesproken op 14 februari 842 en opgetekend in een werk van Nithard.

Eed van Straatsburg, fragment
Eed van Straatsburg, fragment

Lodewijk en Karel ontmoetten elkaar op de zestiende dag voor de calendae van maart (de veertiende februari dus), in een stad die men vroeger Argentaria heette maar nu algemeen bekend is als Strazburg en ze zwoeren de eden die hierna zijn opgegeven, Lodewijk in het Romaans en Karel in de Teudisca Lingua. Maar voor dat ze de eed zwoeren spraken ze hun troepen toe in het Teudisca en in het Romaans. Lodewijk, de oudste, begon als volgt:

Jullie weten allen hoe dikwijls Lothar, sedert de dood van onze vader, getracht heeft om mij en mijn broer te vernietigen en bij de achtervolging slachtingen aanrichtte. Vermits noch broederschap, noch de Christelijke leer nog op enige andere wijze vrede tussen ons kon gebracht worden met respect voor de gerechtigheid, waren we gedwongen de zaak aan het oordeel van de almachtige God over te laten en wij waren bereid gevolg te geven aan wat ook zijn wil zou mogen zijn.

Zoals jullie allen weten, kwamen wij eruit als overwinnaars dankzij de genade van God. Maar de verslagen Lothar ging terug naar de zijnen voor steun. Gemotiveerd door broederliefde en christelijk mededogen besloten wij van hem niet te vervolgen en te vernietigen tot nu toe. Wij vroegen hem daarentegen in de toekomst de gerechtigheid te aanvaarden.

Maar hij, niet tevreden met Gods oordeel, kan het niet laten mij en mijn broer hier aanwezig te vervolgen met zijn legers. Daarenboven decimeert hij onze mensen door brandstichting, plundering en moorden. Daarom hebben wij deze bijeenkomst belegd om alle twijfels over onze standvastigheid op te heffen en ons vast geloof in onze broederschap en onze trouw door een eed te bevestigen in uw bijzijn.

- advertentie -

We doen dit niet omdat we ons schuldig voelen, maar alleen om er voor te zorgen dat indien God ons vrede en rust zou geven dankzij uw hulp, we zeker zouden zijn van een gemeenschappelijk voordeel. Indien ik, God verhoede het, afbreuk zou doen aan deze eed aan mijn broer, dan die ik afstand van mijn soevereiniteit en van de trouw die jullie me gezworen hebben.

Nadat Karel dezelfde toespraak had gehouden in het Romaans tot zijn troepen, legde Lodewijk als oudste als eerste de eed af met de volgende tekst:

Uit liefde tot God, en tot heil van het Christelijke volk en van ons beiden zal ik van deze dag voort, zolang God me nog weten en macht schenkt, deze mijn broer Karel zowel door mijn hulp als met elk middel bijstaan, zoals men uit rechte zijn broer moet bijstaan, en dit zolang hij voor mij hetzelfde doet; en nooit zal ik met Lothar eender welke regeling aangaan die, met mijn wil, mijn broer Karel zou kunnen schaden.

Na Lodewijk legde Karel op zijn beurt de eed af in het Teudisca

Uit liefde tot God, en tot heil van het Christelijke volk en van ons beiden zal ik van deze dag voort, zolang God me nog weten en macht schenkt, deze mijn broer te hulp komen, zoals men terecht zijn broer (bijstaan) zal, en dit zolang hij voor mij hetzelfde doet; en ik zal met Lothar geen enkele regeling aangaan die, met mijn wil, hem – Lodewijk – zou kunnen schaden.

De eed die daarop door beide volken werd uitgesproken luidt als volgt:

Indien Lodewijk de eed nakomt die hij zijn broer Karel gezworen heeft, en Karel, mijn heer, van zijn kant zich er niet aan houdt, en ik hem niet kan overhalen, (dan) zal noch ik noch iemand van hen die ik kan overhalen, hem tot hulp tegen Lodewijk zijn

En in het Teudisca:

Indien Karel de eed nakomt die hij zijn broer Lodewijk gezworen heeft, en Lodewijk, mijn heer, deze verbreekt die hij hem – Karel – gezworen heeft, en ik hem niet kan overhalen, (dan) zal noch ik noch iemand van hen die ik kan overhalen, hem hulp tegen Karel verlenen

Hierna vertrok Lodewijk langs de Rijn via Speyer naar Worms en Karel langs de Vogezen via Wissembourg.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eed_van_Straatsburg