Unam Sanctam (1302) – tekst pauselijke bul van Bonifatius VIII


Over de achtergrond van de pauselijke bul Unam Sanctam lees je meer op Historiek, dat de context van de Unam Sanctam beschrijft.

Nederlandse tekst van de Unam Sanctam (1302)

[Noot: onderstaande tekst is uit het Engels via Google Translate en kritisch doorgenomen door de redactie van Histobron.]

Unam Sanctam
Zijne Heiligheid Paus Bonifatius VIII
18 november 1302

AANGEDREVEN DOOR GELOOF, zijn we verplicht om te geloven en te handhaven dat de Kerk één is, heilig, katholiek en ook apostolisch. We geloven vast in haar en we bekennen met eenvoud dat er buiten haar geen redding noch vergeving van zonden is, zoals de echtgenoot in Hooglied 6:8 verkondigt: “Eén is mijn duif, mijn volmaakte. De enige, de uitverkorene van haar die haar gebaard heeft”. En zij vertegenwoordigt één enkel mystiek lichaam wiens hoofd Christus is, en het hoofd van Christus is God [1 Kor 11: 3]. In haar is één Heer, één geloof, één doop [Efez. 4:5]. Er bestond ten tijde van de zondvloed slechts één ark van Noach, die de enige kerk voorstelde, en die ark, die tot op el-lengte is voltooid, had slechts één kapitein en gids, namelijk Noach, en we lezen dat buiten de Ark alles wat op aarde leefde werd vernietigd.

Wij vereren deze kerk als één, de Heer heeft door de mond van de profeet gezegd: “Red mij, o God, mijn ziel van het zwaard en mijn enige uit de hand van de hond.” [Ps 21:20] Hij heeft gebeden voor zijn ziel, dat is voor hemzelf, hart en lichaam; en dit lichaam, dat wil zeggen, de kerk, heeft hij er één geroepen vanwege de eenheid van de echtgenoot, van het geloof, van de sacramenten en van de naastenliefde van de kerk. Dit is de tuniek van de Heer, de naadloze tuniek, die niet was verhuurd, maar die door het lot was gegoten [Joh. 19: 23-24]. Daarom is er van de enige echte kerk één lichaam en één hoofd, niet twee hoofden zoals een monster heeft; dat is Christus en de plaatsvervanger van Christus, Petrus en de opvolger van Petrus, omdat de Heer die tegen Petrus sprak zelf zei: “Weid mijn schapen” [Joh. 21:17], wat betekent, mijn schapen in het algemeen, niet deze, noch die in het bijzonder, waaruit we moeten begrijpen dat Hij alles aan hem heeft toevertrouwd [Petrus]. Daarom, als de Grieken of anderen zouden zeggen dat ze Petrus en zijn opvolgers niet vertrouwen, moeten ze belijden dat ze geen schapen van Christus zijn. Nameijk omdat onze Heer zegt in Johannes: “Er is één schaapskooi en één herder.”
We worden geïnformeerd door de teksten van de Evangeliën dat er in deze kerk en in zijn macht twee zwaarden zijn; namelijk, het geestelijke en het tijdelijke, wereldlijke zwaard. Want wanneer de apostelen zeggen: “Zie, hier zijn twee zwaarden” [Luc. 22:38] dat wil zeggen, in de kerk, sinds de apostelen aan het woord waren, antwoordde de Heer niet dat er te veel, maar voldoende waren. Zeker, degene die ontkent dat het stoffelijke zwaard in de kracht van Petrus is, heeft niet goed geluisterd naar het woord van de Heer dat gebiedt: “Steek uw zwaard in uw schede” [Mat. ​​26:52]. Beide zwaarden behoren daarom tot de macht van de Kerk, dat wil zeggen, het geestelijke en het materiële zwaard. Het eerste zwaard dient door de Kerk te worden beheerd, en het laatste ook door de Kerk; het eerste is in de handen van de priester; het laatste is in de handen van koningen en soldaten, maar alleen naar de wil en acceptatie van de priester.

- advertentie -

Echter, één zwaard behoort ondergeschikt te zijn aan het andere en de tijdelijke autoriteit is onderworpen aan de spirituele macht. Want de apostel heeft gezegd: “Er is geen macht behalve van God en de dingen die zijn, zijn door God verordineerd” [Rom 13: 1-2], maar ze zouden niet worden verordineerd als het ene zwaard niet ondergeschikt was aan het andere en als de lagere, als het ware, niet door de ander naar boven werd geleid.

Want volgens de gezegende Dionysius is het een wet van de godheid dat de laagste dingen de hoogste plaats bereiken via tussenpersonen. Dan, volgens de orde van het universum, worden alle dingen niet gelijk en onmiddellijk teruggeleid naar de orde, maar naar de laagste door de tussenpersoon en de lagere door de meerdere. Daarom moeten we het duidelijker erkennen dat geestelijke kracht in alle waardigheid en in de adel alle tijdelijke macht overtreft, welke tijdelijke macht dan ook, daar geestelijke zaken het tijdelijke overtreffen. Dit zien we heel duidelijk ook door de betaling, de zegening en toewijding van de tienden, maar ook door de acceptatie van de macht zelf en door de overheid. Want met de waarheid als onze getuige behoort het tot de geestelijke kracht om de aardse macht te vestigen en om een ​​oordeel te vellen als iets niet goed is gegaan. Hierin is de profetie van Jeremia ten aanzien van de kerk en de kerkelijke macht voltooid: “Zie, vandaag heb Ik u geplaatst over natiën en over koninkrijken” en de rest.
Daarom, als de aardse macht dwaalt, zal het worden beoordeeld door de spirituele kracht; maar als een kleine spirituele kracht dwaalt, zal het worden beoordeeld door een hogere geestelijke macht; maar als de hoogste macht van allen dwaalt, kan het alleen door God worden beoordeeld, en niet door de mens, volgens het getuigenis van de apostel: “De geestelijke mens oordeelt over alle dingen en hij zelf wordt door niemand beoordeeld” [1 Kor. 2:15]. Dit gezag echter (hoewel het aan de mens is gegeven en door de mens is uitgeoefend), is niet menselijk maar eerder goddelijk, aan Petrus verleend door een goddelijk woord en aan hem (Petrus) en zijn opvolgers door degene die Petrus heeft bekendgemaakt opnieuw bevestigd , de Heer die tot Petrus zelf zegt: “Alles wat u op aarde zult binden, zal ook in de hemel gebonden zijn” enz. [Mat. 16:19]. Daarom verzet iedereen die zich verzet tegen deze macht die door God is ingesteld, zich tegen de verordening van God [Rom. 13:2], tenzij hij als Manicheus twee beginideeën bedenkt, die onjuist is en door ons als ketters wordt beoordeeld, omdat het volgens het getuigenis van Mozes niet zo is. In het begin schiep God hemel en aarde [Gen 1:1]. Verder verklaren we, ja proclameren we, dat het absoluut noodzakelijk is voor redding dat elk menselijk schepsel onderworpen is aan de Romeinse paus.

Bron:
De Engelse vertaling waarop bovenstaande Nederlandse vertaling is gebaseerd:
http://www.newadvent.org/library/docs_bo08us.htm
Bovenstaande Engelse tekst is vertaald door Bob Van Cleef en afkomstig uit diens doctoral dissertation geschreven aan de Catholic University of America (in 1927).