Verdrag van Locarno (1 december 1925) – Nederlandse tekst

Het Verdrag van Locarno was een belangrijk vredespact, dat enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog gesloten werd. Het verdrag, ook wel bekend als het Pact van Locarno, werd door enkele West-Europese mogendheden ondertekend op 1 december 1925. Hieronder de Nederlandse tekst van dit vredesverdrag

De tekst is door de redactie uit het Engels vertaald.

Tekst van het Verdrag van Locarno

Verdrag inzake wederzijdse garantie tussen Duitsland, België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië; vastgesteld op 16 oktober 1925 (Het pact van Locarno)

De Rijkspresident van Duitsland, Zijne Majesteit de Koning der Belgen, de President van de Franse Republiek, Zijne Majesteit de Koning van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland en van de Britse overzeese rijksdelen, de Keizer van India, en Zijne Majesteit de Koning van Italië;

Bezorgd om het verlangen naar veiligheid en bescherming te bevredigen dat de mensen bezielt op wie de gesel van de oorlog van 1914-1918 viel; Nota nemend van de opheffing van de verdragen voor de neutralisatie van België, en zich bewust van de noodzaak om vrede te waarborgen in het gebied dat zo vaak het toneel is geweest van Europese conflicten;

- advertentie -

Geanimeerd ook met de oprechte wens om aan alle ondertekenende Mogendheden aanvullende garanties te geven in het kader van het Convenant van de Volkenbond en de verdragen die tussen hen van kracht zijn;

Hebben besloten om een ​​verdrag met deze objecten te sluiten en hebben als hun gevolmachtigden benoemd:

[Namen van gevolmachtigden weggelaten]

Die, na hun volledige bevoegdheden te hebben medegedeeld, in goede en behoorlijke vorm zijn gevonden, zijn het volgende overeengekomen:

ARTIKEL 1
De Hoge Verdragsluitende Partijen garanderen collectief en hoofdelijk de handhaving van de territoriale status-quo die voortvloeit uit de grenzen tussen Duitsland en België en tussen Duitsland en Frankrijk, collectief en afzonderlijk, en de onschendbaarheid van de genoemde grenzen als vastgesteld door of in uitvoering van het vredesverdrag dat op 28 juni 1919 in Versailles werd ondertekend, en ook de naleving van de bepalingen van de artikelen 42 en 43 van het genoemde verdrag betreffende de gedemilitariseerde zone.

ARTIKEL 2
Duitsland en België, en ook Duitsland en Frankrijk, verbinden zich er wederzijds over dat ze elkaar in geen geval zullen aanvallen of binnenvallen of oorlog tegen elkaar zullen voeren.

Deze bepaling is echter niet van toepassing in het geval van:

(1) De uitoefening van het recht op legitieme verdediging, dat wil zeggen, verzet tegen een overtreding van de verbintenis vervat in het vorige lid of een flagrante schending van de artikelen 42 of 43 van genoemd Verdrag van Versailles, indien een dergelijke schending een niet-uitgelokte daad van agressie is en vanwege de assemblage van strijdkrachten in de gedemilitariseerde zone, is onmiddellijke actie noodzakelijk;

(2) Handeling krachtens artikel 16 van het Convenant van de Volkenbond;

(3) Handeling als gevolg van een beslissing genomen door de Algemene Vergadering of door de Raad van de Volkenbond of krachtens artikel 15, zevende lid, van het Verdrag van de Volkenbond, op voorwaarde dat in dit laatste geval de actie is gericht tegen een staat die als eerste aanviel.

ARTIKEL 3
Gelet op de verbintenissen die zijn aangegaan in artikel 2 van het huidige verdrag, verbinden Duitsland en België en Duitsland en Frankrijk zich ertoe om op vreedzame wijze en op de hierin vastgestelde wijze alle vragen te beantwoorden die zij tussen hen kunnen doen rijzen en die zij is het misschien niet mogelijk om genoegen te nemen met de normale methoden van diplomatie:

Elke vraag met betrekking waartoe de partijen strijdig zijn ten aanzien van de respectievelijke rechten, wordt onderworpen aan een rechterlijke beslissing en de partijen verbinden zich ertoe een dergelijk besluit na te leven.

Alle andere vragen worden voorgelegd aan een conciliatiecommissie. Indien de voorstellen van deze commissie niet door beide partijen worden aanvaard, zal de vraag aan de Raad van de Volkenbond worden voorgelegd, die deze zal behandelen overeenkomstig artikel 15 van het convenant van de Volkenbond.

De gedetailleerde regelingen voor het bewerkstelligen van een dergelijke vreedzame regeling zijn het onderwerp van speciale overeenkomsten die vandaag zijn ondertekend.

ARTIKEL 4
(1) Indien een van de Hoge Verdragsluitende Partijen beweert dat een schending van artikel 2 van het huidige Verdrag of een schending van de artikelen 42 of 43 van het Verdrag van Versailles is of wordt gepleegd, zal zij de kwestie onmiddellijk voorleggen aan de Raad van de Volkenbond.

(2) Zodra de Raad van de Volkenbond er tevreden mee is dat een overtreding of overtreding is begaan, zal hij zijn bevindingen onverwijld melden aan de ondertekenende Mogendheden van dit Verdrag, die er hoofdelijk mee instemmen dat zij in elk geval ze komen onmiddellijk tot de hulp van de Macht tegen wie de beklaagde handeling is gericht.

(3) In geval van een flagrante schending van artikel 2 van het huidige Verdrag of van een flagrante schending van de artikelen 42 of 43 van het Verdrag van Versailles door een van de Hoge Verdragsluitende Partijen, verbindt elk van de andere Verdragsluitende Partijen zich hierbij onmiddellijk aan de zijde van de Partij tegen wie een dergelijke overtreding of schending is gericht, zodra de genoemde Mogendheid heeft kunnen vaststellen dat deze overtreding een niet uitgelokte daad van agressie is en dat door een van de overschrijding van de grens of van het uitbreken van vijandelijkheden of van de vergadering van strijdkrachten in de gedemilitariseerde zone, onmiddellijke actie is noodzakelijk. Niettemin zal de Raad van de Volkenbond, die overeenkomstig de eerste alinea van dit artikel in beslag zal worden genomen, zijn bevindingen bekendmaken en de Hoge Verdragsluitende Partijen zich ertoe verbinden om te handelen in overeenstemming met de aanbevelingen van de Raad, mits dat zij worden ingewilligd door alle andere leden dan de vertegenwoordigers van de partijen die zich schuldig hebben gemaakt aan vijandelijkheden

ARTIKEL 5
De bepalingen van artikel 3 van dit Verdrag staan ​​onder de garantie van de Hoge Verdragsluitende Partijen, zoals bepaald in de volgende bepalingen:

Indien een van de in artikel 3 genoemde Mogendheden weigert een geschil voor te leggen voor vreedzame regeling of om te voldoen aan een scheidsrechterlijke of rechterlijke beslissing en een schending begaat van artikel 2 van dit Verdrag of een schending van de artikelen 42 of 43 van het Verdrag van Versailles, zijn de bepalingen van artikel 4 van dit Verdrag van toepassing.

Wanneer een van de in artikel 3 genoemde Mogendheden, zonder een schending van artikel 2 van dit Verdrag of een schending van de artikelen 42 of 43 van het Verdrag van Versailles te plegen, weigert een geschil voor te leggen aan een vreedzame regeling of om te voldoen aan een scheidsrechterlijke uitspraak of de rechterlijke beslissing, legt de andere partij de zaak voor aan de Raad van de Volkenbond, en de Raad zal voorstellen welke stappen zullen worden ondernomen; de Hoge Verdragsluitende Partijen zullen deze voorstellen naleven.

ARTIKEL 6
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de Hoge Verdragsluitende Partijen krachtens het Verdrag van Versailles of in aanvullende regelingen daarbij, met inbegrip van de Overeenkomsten die op 30 augustus 1924 in Londen zijn ondertekend.

ARTIKEL 7
Het huidige Verdrag, dat bedoeld is om de handhaving van de vrede te waarborgen en in overeenstemming is met het Convenant van de Volkenbond, mag niet worden geïnterpreteerd als een beperking van de plicht van de Volkenbond om welke actie dan ook als verstandig en doeltreffend te beschouwen de vrede van de wereld.

ARTIKEL 8
Dit Verdrag zal worden geregistreerd bij de Volkenbond in overeenstemming met het Convenant van de Volkenbond. Het blijft van kracht totdat de Raad, handelend op verzoek van een van de Hoge Verdragsluitende Partijen, de andere ondertekenende Mogendheden drie maanden van tevoren in kennis stelt en op ten minste een twee derde meerderheid stemt, besluit dat de Volkenbond zorgt voor voldoende bescherming voor de Hoge Verdragsluitende Partijen; het Verdrag houdt op van kracht te zijn na verloop van een jaar na dit besluit.

ARTIKEL 9
Het huidige Verdrag zal geen enkele verplichting opleggen aan de Britse rijksdelen of aan India, tenzij de regering van een dergelijke heerschappij, of van India, de aanvaarding ervan aangeeft.

ARTIKEL 10
Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de bekrachtigingen zullen zo spoedig mogelijk te Genève in de archieven van de Volkenbond worden neergelegd.

Bron Engelse tekst:
-http://avalon.law.yale.edu/20th_century/locarno_001.asp