Lied rond planten vrijheidsboom in Dokkum (1795)

Vrijheidsbomen vormden een symbool van de vernieuwde maatschappij na de Franse Revolutie (1789). Na de Franse inval en het ontstaan van de Bataafse Republiek kwamen er in het voorjaar van 1795 op veel centrale pleinen van Nederlandse steden en plaatsen vrijheidsbomen te staan, die met een anti-orangistische ceremonie (zoals een lied of toespraak) ingewijd werden. De bomen vormden een soort overgangsrite en stonden symbool voor het begin van een nieuw tijdperk. Een tijd van bloei, welteverstaan.

Bij de inwijding van een vrijheidsboom in Dokkum, werd het volgende anti-Oranje lied gezongen:

FEESTZANG TER GELEEGENHEID VAN HET PLANTEN VAN EEN VRIJHEIDSBOOM te Dokkum (1795)

Wijs: Van de Marseiljaansche Man.

De Vrijheid zag zig woest bestreden;
‘t Geweld stond aan haar ondergang.
De Muitzugt dorst ontwerpen smeeden;
Oranje boven! was haar zang. Oranje boven! was haar zang.
Die Moordkreet klonk voor Dokkums wallen: Maar gij, Bataaven ! gij stond pal:
‘t Kanon deed, dondrend van uw wal, de vuige Oranje helden vallen.
Dies word u deeze Boom, o Vrijheid! toegewijd,
En wee! En wee! Die ooit hem schend; of muitziek u bestrijd.

- advertentie -

Bronnen:
-https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=dpo%3A5774%3Ampeg21
-https://www.europeana.eu/portal/nl/record/92076/BibliographicResource_1000056088966.html