Tekst Verdrag van Tordesillas (7 juni 1494)

Introductie op Verdrag van Tordesillas

Het Verdrag van Tordesillas werd afgesloten op 7 juni 1494 tussen Spanje en Portugal. Via dit verdrag verdeelde paus Alexander VI (1431-1503), in opdracht van de Spaanse koning, de niet-Europese koloniale wereld tussen beide landen. In 1529 volgde nog het Verdrag van Zaragoza, die de Indische wereld in het Oosten opdeelde tussen de twee landen. In 1778 bleek nog een derde afspraak nodig, namelijk het Verdrag El Pardo. Lees verder Tekst Verdrag van Tordesillas (7 juni 1494)

Jean Bodin over levensduurte (1568)

“Ik ben van mening dat de levensduurte drie oorzaken kent, waarvan de belangrijkste en om zo te zeggen de enige, die tot op heden door niemand werd aangehaald, de overvloed is aan goud en zilver, die thans in dit koninkrijk groter is dan 40 jaar geleden.

De Castiliaan, meester over de nieuwe gebieden, heeft Spanje overstelpt (en niet alleen Spanje maar heel Europa) met goud en zilver, waaraan deze gebieden zo rijk zijn.”

Bron: H. Hauser, ‘La réponse de Jean Bodin à M. de Malestroit’, in: W. Verrelst, De renaissance. Documentatiemappen geschiedenis en maatschappij (Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1984).

Wilhelmus (alle coupletten van het Nederlandse volkslied)

Marnix van Sint-Aldegonde draagt het Wilhelmus voor aan Willem van Oranje, door Jacob Spoel
Marnix van Sint-Aldegonde draagt het Wilhelmus voor aan Willem van Oranje, door Jacob Spoel
Het Wilhelmus wordt beschouwd als het oudste volkslied ter wereld. Het lied heeft vijftien coupletten, waarvan de eerste letters de naam Willem van Nassov (Willem van Oranje) vormen. Op deze pagina vind je alle coupletten, eerst in de moderne vertaling en daaronder in de oorspronkelijke taal. Meestal worden alleen het eerste en zesde couplet gezongen. Lees verder Wilhelmus (alle coupletten van het Nederlandse volkslied)

Vonnis van Balthasar Gerards (15 juli 1584)

Balthasar Gerards werd veroordeeld voor de moord op Willem van Oranje. Lees hier het vonnis:

Alsoe Balthazar Gerardt, geboren van Uuilleffans in ‘t Graeffschapp van Bourgoignen onder het gebiet des Conincx van Spangien, tegenwoordich gevangen, bekent heeft, dat hy voorgenomen hebbende omme te brengen den persoon van den Doorluchtigen, hoochgeboren Furst ende heere den heere Prince van Oraignen, Grave van Nassau etcetera, ontrent twee jaeren ende een halff geleden hem begeven heeft uuijten Lande van Bourgongnen in den Landen van Luxemborch, alwaer hij hem begeven hebbende in dienste van den Secretaris des Grave van Mansfelt, Gouverneur aldaer, affgedruckt heeft zeeckere groot getal van des Grave van Mansfelt secrete pitzierzegelen, hebbende oock geleert contrefeyten de onderteijckeninge van denselven Grave van Mansfelt, omme met behulp vandijen acces te maecken in den hove des voornoemden heeren Princen van Orangien, welck zijne voornemen hij bekent heeft in Martio voorleden schriftelicken binnen der stadt Doornick, te kennen gegeven te hebben den Prince van Parma, de- welcke deur sijne Raetsheere Christoffle d’Assonville daertoe gecommitteert, met hem gevangen, dairop in communicatie ende onderhandelinge getreden zijnde, hem gevangen toegeseyt heeft, dat indijen hy syn voornemen wiste te volbrengen ende den ban ofte proscriptie van den Coninck van Spangien, tegens den persoon van den heere Prince van Orangien uuijtgegeven, ter executie brochte, dat den Coninck van Spangien hem soude voldoen ‘t gundt hy by de sententie, houdende onder meer andere poincten de somme van vijff ende twintich duijsent ducaten toegeseyt ende belooft heeft. Lees verder Vonnis van Balthasar Gerards (15 juli 1584)

Smeekschrift der Edelen (1566)

Het Smeekschrift der Edelen was een verzoekschrift dat ongeveer tweehonderd edelen, verenigd in het Eedverbond der Edelen onder leiding van Hendrik van Brederode, op 5 april 1566 aanboden aan landvoogdes Margaretha van Parma. Dit gebeurde in aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog.

Me-vrouwe: de selfde edelen die als nu in deser stad by malkanderen zijn, en andere van gelijkder qualiteit, tot een redelijk getal, dewelk om eenseker respects wille achter gebleven zijn, hebben gesloten tot dienste van den coning, en tot gemene welvaert van dese sijne Erf-Nederlanden, uwer Hoogheit in alder ootmoedigheit dese remonstrantie te presenteren, waer op haer believen sal sulx te ordonneren gelijk de selve bevinden sal voeglijk te wesen: biddende uwe hoogheit ons dit niet qualijk af te willen nemen. Lees verder Smeekschrift der Edelen (1566)

Pacificatie van Gent (volledige tekst)

De volledige tekst van de Pacificatie van Gent

Allen dengenen, die dese jegenwoirdige letteren zullen sien oft hooren lesen, saluyt. Alzoe die landen van herwaertsovere die lestleden negen oft thien jaeren doer d’inlandssche orloghe, hoochveerdige ende rigoureuse regieringe, moetwillicheyt, roovinge ende andere ongeregeltheden van de Spaengnaerden ende henne adherenten gevallen zijn in groote miserie ende alendicheyt, ende dat omme daertegens te versiene ende te doen cesseren alle voirdere troublen, oppressien ende aermoeden van de voirsz. landen, by middele van eene vaste vrede ende pacificatie, hebben in de maendt van Februarii in ‘t jaar XVc LXXIIII gecommitteert ende vergadert geweest tot Breda commissarissen van Zyne Majesteit ende van den heere Prince van Orangien, Staten van Hollandt, Zeelandt ende hunne geassocieerden, by dewelcke geproponeert zijn geweest diversche middelen ende presentatien, dienende grootelick tot voorderinge van de voirsz. pacificatie, zoe en is nochtans daerop niet gevolcht die verhoepte vruchtbaericheyt. Lees verder Pacificatie van Gent (volledige tekst)

Plakkaat van Verlatinghe (volledige tekst)

Eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe
Eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe

De Staten Generael van de geunieerde Nederlanden. Allen dengenen die dese tegenwoordighe sullen sien ofte hooren lesen, saluyt.

Alsoo een yegelick kennelick is, dat een Prince van den lande van Godt gestelt is hooft over zijne ondersaten, om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijk, overlast ende ghewelt gelijck een herder tot bewaernisse van zijne schapen: En dat d’ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt, weder het goddelick of ongoddelick, recht of onrecht is, onderdanig te wesen en als slaven te dienen: maer den Prince om d’ondersaten wille, sonder dewelcke hy egeen Prince en is, om deselve met recht ende redene te regeeren ende voor te staen ende lief te hebben als een vader zijne kinderen ende een herder zijne schapen, die zijn lijf ende leven set om deselve te bewaren. En so wanneer hy sulx niet en doet, maer in stede van zijne ondersaten te beschermen, deselve soeckt te verdrucken, t’overlasten, heure oude vryheyt, privilegien ende oude herkomen te benemen, ende heur te gebieden ende gebruycken als slaven, moet ghehouden worden niet als Prince, maer als een tyran ende voor sulx nae recht ende redene magh ten minsten van zijne ondersaten, besondere by deliberatie van de Staten van den lande, voor egheen Prince meer bekent, maer verlaeten ende een ander in zijn stede tot beschermenisse van henlieden voor overhooft sonder misbruycken ghecosen werden: Lees verder Plakkaat van Verlatinghe (volledige tekst)