Smeekschrift der Edelen (1566)

Het Smeekschrift der Edelen was een verzoekschrift dat ongeveer tweehonderd edelen, verenigd in het Eedverbond der Edelen onder leiding van Hendrik van Brederode, op 5 april 1566 aanboden aan landvoogdes Margaretha van Parma. Dit gebeurde in aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog.

Me-vrouwe: de selfde edelen die als nu in deser stad by malkanderen zijn, en andere van gelijkder qualiteit, tot een redelijk getal, dewelk om eenseker respects wille achter gebleven zijn, hebben gesloten tot dienste van den coning, en tot gemene welvaert van dese sijne Erf-Nederlanden, uwer Hoogheit in alder ootmoedigheit dese remonstrantie te presenteren, waer op haer believen sal sulx te ordonneren gelijk de selve bevinden sal voeglijk te wesen: biddende uwe hoogheit ons dit niet qualijk af te willen nemen. Lees verder Smeekschrift der Edelen (1566)

Herodotus over Egypte

Herodotus (484 – 425 v.C.): Geschiedverhalen over Egypte (Fragment)
Euterpe, Tweede boek:

“Deze zijn de gebruiken van de Egyptenaars, die boven de moerassen wonen. De in de moerassen wonenden echter leven onder de zelfde zeden, als waaronder ook de andere Egyptenaars leven, én in andere zaken én ook is ieder van hen met één vrouw gehuwd, gelijk de Hellenen, doch voor het gemakkelijk verkrijgen van spijs hebben zij dit andere uitgedacht: wanneer de rivier vol is en het land en zee geworden, groeien in het water vele leliën, die de Egyptenaars lotus noemen. Lees verder Herodotus over Egypte

Aristoteles over ontstaan van de wetenschap

De mens werd eerst tot de beoefening van de wetenschap gebracht door de verwondering; dit geldt trouwens nu nog. Eerst verwondert hij zich over de meest voor de hand liggende problemen. Nadien verbaast hij zich geleidelijk over grotere raadsels, als de verschijnselen van de maan en van de zon, en de oorsprong van het heelal. Wie echter verbaasd is en vragen stelt, is overtuigd van zijn eigen onwetendheid. Als derhalve de mens zijn aandacht besteedde aan de wetenschap om uit zijn onwetendheid te geraken, dan is het ook duidelijk dat hij streefde naar kennis omwille van de kennis zelf, en niet uit nuttigheidsoverwegingen. Dit wordt bevestigd door de historische evolutie.

Uit: J. Demey e.a., Geschiedenis in documenten (Amsterdam 1974) 35.

Pacificatie van Gent (volledige tekst)

De volledige tekst van de Pacificatie van Gent

Allen dengenen, die dese jegenwoirdige letteren zullen sien oft hooren lesen, saluyt. Alzoe die landen van herwaertsovere die lestleden negen oft thien jaeren doer d’inlandssche orloghe, hoochveerdige ende rigoureuse regieringe, moetwillicheyt, roovinge ende andere ongeregeltheden van de Spaengnaerden ende henne adherenten gevallen zijn in groote miserie ende alendicheyt, ende dat omme daertegens te versiene ende te doen cesseren alle voirdere troublen, oppressien ende aermoeden van de voirsz. landen, by middele van eene vaste vrede ende pacificatie, hebben in de maendt van Februarii in ‘t jaar XVc LXXIIII gecommitteert ende vergadert geweest tot Breda commissarissen van Zyne Majesteit ende van den heere Prince van Orangien, Staten van Hollandt, Zeelandt ende hunne geassocieerden, by dewelcke geproponeert zijn geweest diversche middelen ende presentatien, dienende grootelick tot voorderinge van de voirsz. pacificatie, zoe en is nochtans daerop niet gevolcht die verhoepte vruchtbaericheyt. Lees verder Pacificatie van Gent (volledige tekst)

Plakkaat van Verlatinghe (volledige tekst)

Eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe
Eerste pagina van het Plakkaat van Verlatinghe

De Staten Generael van de geunieerde Nederlanden. Allen dengenen die dese tegenwoordighe sullen sien ofte hooren lesen, saluyt.

Alsoo een yegelick kennelick is, dat een Prince van den lande van Godt gestelt is hooft over zijne ondersaten, om deselve te bewaren ende beschermen van alle ongelijk, overlast ende ghewelt gelijck een herder tot bewaernisse van zijne schapen: En dat d’ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt, weder het goddelick of ongoddelick, recht of onrecht is, onderdanig te wesen en als slaven te dienen: maer den Prince om d’ondersaten wille, sonder dewelcke hy egeen Prince en is, om deselve met recht ende redene te regeeren ende voor te staen ende lief te hebben als een vader zijne kinderen ende een herder zijne schapen, die zijn lijf ende leven set om deselve te bewaren. En so wanneer hy sulx niet en doet, maer in stede van zijne ondersaten te beschermen, deselve soeckt te verdrucken, t’overlasten, heure oude vryheyt, privilegien ende oude herkomen te benemen, ende heur te gebieden ende gebruycken als slaven, moet ghehouden worden niet als Prince, maer als een tyran ende voor sulx nae recht ende redene magh ten minsten van zijne ondersaten, besondere by deliberatie van de Staten van den lande, voor egheen Prince meer bekent, maer verlaeten ende een ander in zijn stede tot beschermenisse van henlieden voor overhooft sonder misbruycken ghecosen werden: Lees verder Plakkaat van Verlatinghe (volledige tekst)

George Washington’s Farewell Address (1796)

De afscheidsrede van George Washington

Friends and Citizens:

The period for a new election of a citizen to administer the executive government of the United States being not far distant, and the time actually arrived when your thoughts must be employed in designating the person who is to be clothed with that important trust, it appears to me proper, especially as it may conduce to a more distinct expression of the public voice, that I should now apprise you of the resolution I have formed, to decline being considered among the number of those out of whom a choice is to be made. Lees verder George Washington’s Farewell Address (1796)