De Brabançonne (tekst van het Belgische volkslied)

Partituur van de Brabançonne van ongeveer 1910
Partituur van de Brabançonne van ongeveer 1910
De Brabançonne is het nationaal volkslied van België. Het werd oorspronkelijk in 1830 in het Frans geschreven door Jenneval, wiens echte naam Louis Alexandre Dechet was. In 1860 werd de tekst door de toenmalige Belgische eerste minister Charles Rogier aangepast waardoor de heftige uitvallen op de Nederlandse Prins van Oranje werden afgezwakt. Hieronder zowel de Franse als de Nederlandse en Duitse tekst van de Brabançonne. Helemaal onderaan de oorspronkelijke tekst van Jenneval. Lees verder De Brabançonne (tekst van het Belgische volkslied)

Wilhelmus (alle coupletten van het Nederlandse volkslied)

Marnix van Sint-Aldegonde draagt het Wilhelmus voor aan Willem van Oranje, door Jacob Spoel
Marnix van Sint-Aldegonde draagt het Wilhelmus voor aan Willem van Oranje, door Jacob Spoel
Het Wilhelmus wordt beschouwd als het oudste volkslied ter wereld. Het lied heeft vijftien coupletten, waarvan de eerste letters de naam Willem van Nassov (Willem van Oranje) vormen. Op deze pagina vind je alle coupletten, eerst in de moderne vertaling en daaronder in de oorspronkelijke taal. Meestal worden alleen het eerste en zesde couplet gezongen. Lees verder Wilhelmus (alle coupletten van het Nederlandse volkslied)

De Olympische eed

De olympische eed wordt tijdens de openingsceremonie van iedere Olympische Spelen uitgesproken door een sporter en een jurylid. Hiermee beloven sporters en juryleden zich tijdens de Spelen aan de regels te houden. De eed werd voor het eerst door atleten afgelegd tijdens de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. Officials leggen hun eed pas af sinds de Olympische Spelen van München in 1972. Lees verder De Olympische eed

Eed van Hippocrates (ca. 400 v.Chr.)

Manuscript van de Eed van Hippocrates uit de 12e eeuw, in de vorm van een kruis
Manuscript van de Eed van Hippocrates uit de 12e eeuw, in de vorm van een kruis

Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asclepius, Hygia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden: “Ik zweer bij Apollo de genezer, bij Asclepius, Hygia en Panacea en neem alle goden en godinnen tot getuige, om naar mijn beste oordeel en vermogen de volgende eed te houden: Lees verder Eed van Hippocrates (ca. 400 v.Chr.)

Troonrede 2017

Leden van de Staten-Generaal,

Op Prinsjesdag zijn alle ogen traditioneel gericht op Den Haag. Maar vandaag zijn ons hart en onze gedachten in de eerste plaats bij de inwoners van Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius, die zo zwaar getroffen zijn door de verwoestende kracht van orkaan Irma. Wij allen leven intens mee. Juist in deze moeilijke omstandigheden wordt de onderlinge verbondenheid in het Koninkrijk zichtbaar. Van vele kanten is er steun uitgesproken en wordt hulp geboden. De regering zal doen wat in haar vermogen ligt om de acute nood te lenigen. Het Caribisch deel van het Koninkrijk staat er bij de wederopbouw niet alleen voor. Lees verder Troonrede 2017

Beatrijs (ca.1300)

“Inden vergier quam si met vare.
Die jongelinc wert haers gheware.
Hi seide: ‘Lief, en verveert u niet:
Hets u vrient dat ghi hier siet.’
Doen si beide te samen quamen,
Si begonste hare te scamen
Om dat si in enen pels stoet
Bloets hoeft ende barvoet.
Doen seidi: ‘Wel scone lichame,
U soe waren bat bequame
Scone ghewaden ende goede cleder.
Hebter mi om niet te leder,
Ic salse u gheven sciere.’
Doe ghinghen si onder den eglentiere
Ende alles dies si behoeft,
Des gaf hi hare ghenoech.
Hi gaf haer cleder twee paer.
Blau waest dat si ane dede daer
Wel ghescepen int ghevoech.
Vriendelike hi op haer loech.
Hi seide: ‘Lief, dit hemelblau
Staet u bat dan dede dat grau.’
Twee cousen toech si ane
Ende twee scoen cordewane,
Die hare vele bat stonden
Dan scoen die waren ghebonden.
Hoet cleder van witter ziden
Gaf hi hare te dien tiden,
Die si op haer hoeft hinc.
Doen cussese die jongelinc
Vriendelike aen haren mont.”

Bron: https://www.literatuurgeschiedenis.nl/middeleeuwen/tekst/lgme022.html

Hildebrandslied (ca. 800)

“Hadubrand sprak, Hildebrands zoon:
‘met de speer moet men gaven ontvangen,
speerpunt tegen speerpunt (…)
Jij bent een oude Hun, enorm sluw,
je lokt me met je woorden, wilt je speer naar me werpen.
Je bent een zo oude man geworden, (door)dat je altijd bedrog pleegde.
Dat zeiden me zeevaarders
vanuit het westen over de Wereldzee (komend), dat strijd hem wegnam:
dood is Hildebrand, de zoon van Heribrand.’
Hildebrand sprak, Heribrands zoon:
‘Goed zie ik aan je harnas
dat je thuis een rijke heer hebt,
dat je uit dit rijk nog nooit verdreven werd.’
‘Ach, almachtige God [sprak Hildebrand], onheil geschiedt.
Ik zwierf zestig zomers en winters in vreemde landen,
waar men mij altijd schaarde onder het strijdvolk:
Terwijl men mij bij geen enkele vesting kon doden
moet nu mijn eigen kind me met zijn zwaard vellen,
neerslaan met zijn wapen, of ik moet zijn moordenaar worden.
Je kunt nu gemakkelijk, als je kracht het toelaat,
van een zo oude man het harnas veroveren,
buit bemachtigen, als je daarop enig recht hebt.’
‘Diegene [sprak Hildebrand] zou de lafste van de Oostlieden zijn,
die je nu de strijd zou weigeren, nu je zo verlangt
naar een duel; dat moet uitwijzen,
wie van ons beiden vandaag zijn wapenrusting moet ruimen,
of deze beide harnassen zal bezitten”.
Toen lieten ze eerst de lansen van essenhout schrijden,
met scherp geschut dat in de schilden bleef steken.
Toen stootten ze op elkaar, de schilden weerklonken,
ze sloegen angstwekkend in op blinkende schilden,
tot hun lindenhouten schilden klein geworden waren,
gekliefd door de wapens ….”

Bron: http://www.geschiedenisportaal.nl/v2/2013/08/06/hildebrandslied/

 

 

Vonnis van Balthasar Gerards (15 juli 1584)

Balthasar Gerards werd veroordeeld voor de moord op Willem van Oranje. Lees hier het vonnis:

Alsoe Balthazar Gerardt, geboren van Uuilleffans in ‘t Graeffschapp van Bourgoignen onder het gebiet des Conincx van Spangien, tegenwoordich gevangen, bekent heeft, dat hy voorgenomen hebbende omme te brengen den persoon van den Doorluchtigen, hoochgeboren Furst ende heere den heere Prince van Oraignen, Grave van Nassau etcetera, ontrent twee jaeren ende een halff geleden hem begeven heeft uuijten Lande van Bourgongnen in den Landen van Luxemborch, alwaer hij hem begeven hebbende in dienste van den Secretaris des Grave van Mansfelt, Gouverneur aldaer, affgedruckt heeft zeeckere groot getal van des Grave van Mansfelt secrete pitzierzegelen, hebbende oock geleert contrefeyten de onderteijckeninge van denselven Grave van Mansfelt, omme met behulp vandijen acces te maecken in den hove des voornoemden heeren Princen van Orangien, welck zijne voornemen hij bekent heeft in Martio voorleden schriftelicken binnen der stadt Doornick, te kennen gegeven te hebben den Prince van Parma, de- welcke deur sijne Raetsheere Christoffle d’Assonville daertoe gecommitteert, met hem gevangen, dairop in communicatie ende onderhandelinge getreden zijnde, hem gevangen toegeseyt heeft, dat indijen hy syn voornemen wiste te volbrengen ende den ban ofte proscriptie van den Coninck van Spangien, tegens den persoon van den heere Prince van Orangien uuijtgegeven, ter executie brochte, dat den Coninck van Spangien hem soude voldoen ‘t gundt hy by de sententie, houdende onder meer andere poincten de somme van vijff ende twintich duijsent ducaten toegeseyt ende belooft heeft. Lees verder Vonnis van Balthasar Gerards (15 juli 1584)

Livius – De stichting van Rome

ca. 30 v.Chr.

Romulus en Remus waren tweelingbroers. Daarom kon er geen voorrang verleend worden volgens leeftijd en zouden de auguren uitmaken wie zijn naam zou geven aan de nieuwe stad en wie ze zou besturen na haar stichting: Romulus koos de Palatinus en Remus de Aventinus als waarneempost voor de auguren. Men zegt dat Remus het eerst een voorteken zag, namelik zes gieren. Lees verder Livius – De stichting van Rome